Abbreviations in the dictionary

English TermEnglish
Abbreviation

Abbreviation
Term
acronymacroniem
archaicverouderd
brandmerknaam
colloquialspreektaal
comparativevergelijkend
contractionsamentrekking
countabletelbaar
datedouderwets
derogatorydenigrerend
euphemismeufemisme
femininevrouwelijk
formalformeel
gerundgerundium
historygeschiedenis
humorousschertsend
idiomuitdrukking
in compoundsin samenstelling
indefiniteonbepaald
infantilekindertaal
informalinformeel
ironicironisch
literalletterlijk
literaryliterair
masculinemannelijk
nounzelfstandig naamwoord
obsoleteouderwets
offensivebeledigend
passivepassief
pejorativepejoratief
phrasal woordgroep die als werkwoord fungeert
phraseuitdrukking
poeticpoëtisch
proper nouneigennaam
proverbgezegde
rareongebruikelijk
regionalgewestelijk
slangslang
spokenspreektaal
subjunctive moodaanvoegende wijs
suffixachtervoegsel
uncountableontelbaar
writtenschriftelijk
trademark®-handelsmerk
abbreviationabbrafk.afkorting
adjectiveadjbnbijvoeglijk naamwoord
adverbadvbwbijwoord
articleartlidw.lidwoord
AustraliaAU, Aus-Australië
auxiliary verbauxhulpwwhulpwerkwoord
British EnglishBE-Brits
CanadaCa, Can-Canada
conjunctionconjvwvoegwoord
definitedef-bepaald
dialecticaldial-gewestelijk
exclamationexcl-uitroep
expressionexpruitdr.uitdrukking
historicalhist-historisch
imperativeimpgeb.gebiedendewijs
indefiniteindef-onbepaald
infinitiveinfinf.infinitief
inseparableinsep-onscheidbaar
interjectioninterjtwtussenwerpsel
invariableinv-onveranderlijk
IrelandIre-Ierland
nounnnwnaamwoord
northeasternNE-noordoostelijk
NetherlandsNLNLNederland
plural nounnplnw mvnaamwoord meervoud
New ZealandNZ-Nieuw-Zeeland
participlep, ppdeelw.deelwoord
pluralplmvmeervoud
prefixpref-voorvoegsel
prepositionprepvzvoorzetsel
presentpres-tegenwoordige tijd
preteritpretverl.verleden tijd
pronounpronvnvoornaamwoord
reflexiverefl-wederkerend
South AfricaSA-Zuid-Afrika
somebody, someonesbiem.iemand
ScotlandScot-Schotland
separablesep-scheidbaar
singularsing-enkelvoud
somethingsthietsiets
United KingdomUK-Verenigd Koninkrijk
United StatesUS-Verenigde Staten
usuallyusu-gewoonlijk
verbvwwwerkwoord
intransitive verbvionoverg.wwonovergankelijk werkwoord
transitive verbvtroverg.wwovergankelijk werkwoord
demonstrative pronoun-aanw.vnwaanwijzend voornaamwoord
Belgium-Belg.België
possessive pronoun-bez.vnwbezittelijk voornaamwoord
figurative-fig.figuurlijk
cardinal number-hoofdtelw.hoofdtelwoord
auxiliary verb-hulpwwhulpwerkwoord
copula-koppelwwkoppelwerkwoord
neuter noun-nw hetnaamwoord (onzijdig)
indefinite-onbep.onbepaald
impersonal pronoun-onpers.vnwonpersoonlijk voornaamwoord
uncountable-ont.ontelbaar
ordinal number-rangtelw.rangtelwoord
present simple-tegenw.tegenwoordige tijd
numeral-telw.telwoord
interjection-twtussenwerpsel
pronoun-vnwvoornaamwoord
past participle-volt.deelw.voltooid deelwoord
vulgar-vulg.vulgair
conjunction-vwvoegwoord
preposition-vzvoorzetsel
reflexive-wkwederkerend